Drooglegging 

Polders en droogmakerijen zijn typisch Nederlands. Andere landen hebben ook polders, maar niet zoveel als Nederland. Vanaf de 11e eeuw werden de eerste kwelders of aangeslibde gronden bedijkt en vervolgens drooggelegd. Deze eerste vormen van drooglegging werden aangestuurd door religieuze ordes, die landbouwgrond wilden winnen. Vanaf de 16e eeuw werd er geëxperimenteerd met drooglegging door molens, onder andere bij Alkmaar, Egmond en Bergen. De Zijpe was de eerste grote droogmakerij, maar de bekendste droogmakerij is de Beemster.

Inpoldering

In 1612 viel het 70 km2 grote Beemstermeer droog, een technisch hoogstandje dat tot over de grens te kijken gaf. Met gebruik van windmolens kon het water omhoog gemalen worden om vervolgens te worden uitgeslagen op een ringsloot, vanwaar het water weg kon vloeien. Vijf jaar eerder kregen enkele burgemeesters en een aantal rijke kooplieden, waaronder Dirck van Os, toestemming om de Beemster droog te malen. Er werden in totaal 50 poldermolens gebruikt, om het Beemstermeer droog te leggen. Het project was een economisch succes. De investeerders hadden hun geld binnen een jaar terugverdiend. Andere droogmakerijen, zoals de Schermer of de Heerhugowaard, hadden minder succes door een slechtere landbouwgrond. 

Leeghwater

Op de inpoldering van de Beemster volgden de Schermer (1626), de Purmer (1622) en de Wijde Wormer (1635). Resultaat is het kaarsrechte, weidse polderlandschap met zijn kenmerkende netwerken van rechte wegen en langwerpige percelen. Deze percelen werden verdeeld onder de investeerders. Het nieuwe land werd niet alleen benut door boerenbedrijven, maar ook door rijke Amsterdamse kooplieden die er, vaak imponerende, buitenverblijven bouwden. Een bijzondere rol bij het droogleggingsproces is weggelegd voor de uit De Rijp afkomstige Jan Adriaansz Leeghwater. Hij was niet alleen als uitvoerder betrokken bij de drooglegging en bouw van de molens, maar ook als één van de ontwikkelaars van de windmolens. Sinds 1999 staat de droogmakerij Beemster op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.

Voor literatuurverwijzingen en handige websites zie Extra informatie.

Geschiedenislokaal Waterland

Polders

Omschrijving

Drooglegging 

Polders en droogmakerijen zijn typisch Nederlands. Andere landen hebben ook polders, maar niet zoveel als Nederland. Vanaf de 11e eeuw werden de eerste kwelders of aangeslibde gronden bedijkt en vervolgens drooggelegd. Deze eerste vormen van drooglegging werden aangestuurd door religieuze ordes, die landbouwgrond wilden winnen. Vanaf de 16e eeuw werd er geëxperimenteerd met drooglegging door molens, onder andere bij Alkmaar, Egmond en Bergen. De Zijpe was de eerste grote droogmakerij, maar de bekendste droogmakerij is de Beemster.

Inpoldering

In 1612 viel het 70 km2 grote Beemstermeer droog, een technisch hoogstandje dat tot over de grens te kijken gaf. Met gebruik van windmolens kon het water omhoog gemalen worden om vervolgens te worden uitgeslagen op een ringsloot, vanwaar het water weg kon vloeien. Vijf jaar eerder kregen enkele burgemeesters en een aantal rijke kooplieden, waaronder Dirck van Os, toestemming om de Beemster droog te malen. Er werden in totaal 50 poldermolens gebruikt, om het Beemstermeer droog te leggen. Het project was een economisch succes. De investeerders hadden hun geld binnen een jaar terugverdiend. Andere droogmakerijen, zoals de Schermer of de Heerhugowaard, hadden minder succes door een slechtere landbouwgrond. 

Leeghwater

Op de inpoldering van de Beemster volgden de Schermer (1626), de Purmer (1622) en de Wijde Wormer (1635). Resultaat is het kaarsrechte, weidse polderlandschap met zijn kenmerkende netwerken van rechte wegen en langwerpige percelen. Deze percelen werden verdeeld onder de investeerders. Het nieuwe land werd niet alleen benut door boerenbedrijven, maar ook door rijke Amsterdamse kooplieden die er, vaak imponerende, buitenverblijven bouwden. Een bijzondere rol bij het droogleggingsproces is weggelegd voor de uit De Rijp afkomstige Jan Adriaansz Leeghwater. Hij was niet alleen als uitvoerder betrokken bij de drooglegging en bouw van de molens, maar ook als één van de ontwikkelaars van de windmolens. Sinds 1999 staat de droogmakerij Beemster op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.

Voor literatuurverwijzingen en handige websites zie Extra informatie.

Nuttige websites

Literatuurverwijzingen: http://waterlandsarchief.nl/boeken-en-tijdschriften?option=com_maisinternet&view=maisinternet&Itemid=160&mivast=131&miadt=131&mizig=134&miview=ldt&milang=nl&micols=1&misort=last_mod%7Cdesc&mires=0&mizk_alle=polder
Beemster polder: https://onh.nl/thema/de-beemster
Lijst van inpolderingen in NH: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_inpolderingen_Noord-Holland